Niet tornen aan pensioensysteem

editie: 
6
jaargang: 
45

Langer doorwerken. Lager pensioen. Hogere premies. De voorstellen om het Nederlandse pensioenstelsel betaalbaar te houden buitelen al weken over elkaar heen. Is het systeem nog te redden? `Dat wel, maar bij verkeerde keuzes dreigen Amerikaanse toestanden', waarschuwt UT-bestuurssocioloog Bert de Vroom.

Het Nederlands pensioenstelsel kwam samen met het Zwitserse in 2008 nog als beste uit de bus in een vergelijkend Europees onderzoek waaraan Bert de Vroom, onderzoeker en opleidingsdirecteur European Studies bij de faculteit MB, drie jaar meewerkte. Nu, ruim anderhalf jaar en een mondiale financiële crisis later, lijkt van dat imago weinig meer over.

`Aan de conclusie dat Nederland een robuust pensioenstelsel heeft, houd ik nog steeds vast', zegt De Vroom. `De combinatie van de verplichte AOW en de `vrijwillige verplichting' van het aanvullende pensioen - geregeld tussen werknemers en werkgevers - is ijzersterk. Zo'n 95 procent van de Nederlanders is via deze collectieve regeling voorzien van een pensioen.'

Het Nederlandse stelsel is goed in staat om de komende vijftig jaar allerlei veranderingen op te vangen, zo bleek uit De Vrooms Europese onderzoek. Zelfs al zijn de aannames die aan het oorspronkelijke model ten grondslag liggen voor een groot deel achterhaald. `Mensen beginnen later te werken, trouwen niet of veel later, wisselen vaker van baan, scheiden vaker, werken een tijdje in het buitenland. Ook tegen die verschoven waarden en levenslooppatronen is het systeem in grote lijnen bestand,' aldus De Vroom. `In landen als Engeland, Polen, Italië en Duitsland is dat wel anders: daar schieten sommige risicogroepen ver onder de AOW-grens.'

Dat was het beeld voordat de financiële crisis losbarstte en zelfs de meeste Nederlandse pensioenfondsen in de problemen kwamen. Toch is er ook nu nog weinig reden tot ongerustheid, volgens De Vroom. `Het pensioen van de meeste bevolkingsgroepen in Nederland is nog steeds redelijk goed gedekt. Alleen op een iets minder niveau dan voor de crisis: de premies zijn verhoogd en de uitkeringen bevroren.'

Maar daarmee zijn we er nog niet. In Den Haag wordt naarstig gewerkt aan een verdere versobering van de pensioenen om het stelsel betaalbaar en uitvoerbaar te houden. Het recente advies van de Leidse economiehoogleraar en SER-kroonlid Kees Goudswaard speelt een belangrijke rol bij de Haagse plannenmakerij.

`Goudswaard handhaaft in het advies van zijn commissie in principe het collectief-verplichte model van AOW plus aanvullend pensioen', stelt De Vroom tevreden vast. `Maar tegelijk - en dat staat daar haaks op - stelt hij voor om een groter deel van de pensioenverantwoordelijkheid bij het individu neer te leggen. Zelf geld opzij zetten dus, zonder gegarandeerde opbrengst. Daarin zie ik een groot gevaar. De ervaring (onder meer met een mislukt experiment in Duitsland) leert dat alleen de hogere inkomens dat zullen doen. Andere groepen, zoals kleine zelfstandigen, kunnen dat niet opbrengen; weer andere groepen beginnen er niet aan omdat de materie voor hen veel te complex is.

Een ander gevaar van privatisering en individualisering op de pensioenmarkt is een sluipende ondergraving van het collectieve systeem', waarschuwt De Vroom. Als steeds meer mensen en bedrijven ervoor kiezen om zelf iets te regelen en uit het systeem stappen, bestaat er een gerede kans dat het stelsel `kantelt' en er geen weg terug meer is. Met alle gevolgen van dien. De Vroom: `Een Nederlands pensioenmodel dat voor het grootste deel gebaseerd is op vrijwilligheid en individualiteit levert voor veel groepen onherroepelijk grote problemen op aan het einde van hun levensloop. Bijvoorbeeld voor kleine zelfstandigen of alleenstaande ouders met een gebroken loopbaan. Je krijgt dan Amerikaanse toestanden. Goudswaard stipt die consequenties ook wel aan, maar ik vraag me met zorg af wat de politiek daarmee gaat doen.'

Als het aan De Vroom ligt, wordt er niet getornd aan de specifieke kwaliteiten van het Nederlands systeem, met als pijlers collectiviteit en verplichting. `Aan de AOW moet je ook niks doen, want die ligt maar een paar procent boven het bijstandsniveau. Premies verhogen heeft ook geen zin, want dat is rampzalig voor de Nederlandse concurrentiepositie. Om het stelsel betaalbaar te houden is het veel realistischer om de 70-procentsnorm (pensioenniveau als percentage van het laatstverdiende loon, red.) te verlagen. En langer door te werken om een hoger pensioen te kunnen halen.'

Maar om langer door te kunnen werken, moeten eerst nog wel de juiste condities geschapen worden, vindt De Vroom, en niet alleen voor de bekende `zware beroepen'. `Voor sommige beroepen is langer doorwerken helemaal geen optie. Voor een heleboel andere wel. Al moet je niet domweg de pensioenleeftijd verhogen, want dan jaag je een heleboel werknemers de arbeidsongeschiktheid in. Je moet wel de juiste arbeidsomstandigheden creëren waarin ouderen langer door kunnen werken. Op dat gebied moet nog veel gebeuren. De cultuur van vervroegd uittreden is nu eenmaal nog diep geworteld in de structuur van veel organisaties. Ook op de UT. Terwijl het uiteraard niet per definitie zo is dat ouderen minder productief zijn. Je kunt ouderen best op een andere manier inzetten, die zinvol is voor beide partijen. Daar kun je afspraken over maken in de CAO. Onder de juiste omstandigheden kunnen veel mensen best nog een paar jaar langer mee in het arbeidsproces.'

Bert de Vroom. Foto: Arjan Reef
Bert de Vroom. Foto: Arjan Reef

 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gesteld om te checken of je geen robotje bent.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.